Hof van Cassatie wijzigt berekening wederbeleggingsvergoeding bij vervroegde terugbetaling leningen

Het Hof van Cassatie velde eind vorig jaar een arrest over de toepassing van artikel 1907bis van het Burgerlijk Wetboek (BW) bij de vervroegde terugbetaling van een lening op interest. Artikel 1907bis BW bepaalt dat de wederbeleggingsvergoeding in deze gevallen maximaal zes maanden interest mag bedragen. In dit nieuwe arrest is het Hof van Cassatie van oordeel dat deze bepaling steeds moet worden toegepast ingeval het een lening op interest betreft. Kredietopeningen worden uitgesloten van toepassing van artikel 1907bis BW.

Tot op vandaag omzeilen banken deze bepaling door vervroegde terugbetaling contractueel uit te sluiten. Vervroegd terugbetalen kan enkel mits het betalen van een schadevergoeding voor het verbreken van het contract (de wederbeleggingsvergoeding of funding loss). De rechtspraak en rechtsleer erkende deze redenering, waardoor banken niet gebonden waren hun schadevergoeding te beperken tot zes maanden interest. Ook het typebestek leningen voorziet een dergelijke bepaling.

Indien het cassatiearrest wordt bevestigd door het Hof van Beroep is de impact op de leningen aanzienelijk. Banken zullen binnen de contractuele bepalingen geen hogere wederbeleggingsvergoedingen meer kunnen afdwingen. Het typebestek waaraan VVSG-VLOFIN momenteel werkt houdt reeds rekening met deze nieuwe rechtspraak. Verder hebben besturen een grotere onderhandelingspositie om bestaande leningen met hogere vaste rentevoeten open te breken ...

We volgen de situatie in elk geval verder op.

 

Geplaatst door Stefan Himpens in Nieuws op 12-09-2017 om 10u58 onder Algemeen nieuws en financieel beheer

Reacties (0)

Een reactie toevoegen:

Log in om een reactie te plaatsen, of klik hier om u te registreren!