Wet tot hervorming personenbelasting verschenen in Staatsblad
De wet hervormt grondig de personenbelasting. Het (equivalent) leefloon zal voortaan in de aangifte in de personenbelasting worden opgenomen maar wordt vrijgesteld door middel van dezelfde belastingvermindering als voor de andere vervangingsinkomens. Aangezien de verschillende maatregelen van deze wet de totale belasting zullen verminderen die de grondslag vormt voor de berekening van de aanvullende gemeentebelasting, is een correctiefactor voorzien om in principe de geraamde impact van deze hervorming te neutraliseren. Gemeenteraadsleden zullen geen aanspraak kunnen maken op de specifieke ondernemersaftrek voor zelfstandigen.
De belangrijkste maatregelen zijn de volgende:
- Correctie van de berekeningsgrondslag van de aanvullende gemeentebelasting:
- Deze wet voert een correctiefactor in om de geraamde impact van deze hervorming op de ontvangsten uit de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting in beginsel te neutraliseren vanaf aanslagjaar 2029.
- Belastingvrije som
- Verhoging:
- De belastingvrije som wordt geleidelijk verhoogd vanaf aanslagjaar 2027 tot aanslagjaar 2031;
- Vanaf aanslagjaar 2030 zal de belasting op de belastingvrije som worden berekend aan de hand van hetzelfde tarief als dat van de basisbelasting (vereenvoudiging).
- Toeslagen:
- De toeslagen op de belastingvrije som voor een of twee kinderen ten laste worden geleidelijk verhoogd vanaf aanslagjaar 2027. Vanaf aanslagjaar 2030 zal het bedrag van de toeslag voor het eerste en het tweede kind ten laste alvast gelijkgetrokken worden;
- Vanaf aanslagjaar 2030 zal deze wet de toeslag enkel nog aan ‘echte alleenstaande ouders’ verlenen, zijnde een belastingplichtige van wiens gezin op 1 januari van het aanslagjaar geen andere persoon deel uitmaakt dan zijn kinderen, ascendenten en zijverwanten tot en met de tweede graad of personen van wie de belastingplichtige als kind volledig of hoofdzakelijk ten laste is geweest (niet aan een feitelijk samenwonende ouder).
- De indexering van de bedragen van de toeslagen wordt tijdelijk bevroren op de indexering voor het aanslagjaar 2026. Vanaf aanslagjaar 2031 worden deze bedragen dan opnieuw geïndexeerd, zonder de bevriezing van de indexering in te halen. De toeslag voor een gehandicapte belastingplichtige zal wel elk jaar worden geïndexeerd.
- Verhoging:
- Belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomens:
- De bedragen van de gewone belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten worden aangepast ten belope van het voordeel dat volgt uit de verhoging van de belastingvrije som:
- Specifieke aanpassingen worden voorzien voor werkloosheidsuitkeringen en voor hoge pensioenen:
- Deze wet verlaagt de belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen voor de aanslagjaren 2027 tot en met 2029. Bovendien wordt ook de afbouw van de vermindering in functie van de hoogte van het belastbaar inkomen vanaf aanslagjaar 2027 verstrengd. Vanaf aanslagjaar 2030 wordt het bedrag van de belastingvrije som aanzienlijk verhoogd en wordt ook de verlaagde basisvermindering opgeheven.
- De belastingvermindering voor pensioenen wordt vanaf aanslagjaar 2027 verlaagd voor de belastingplichtigen met een hoog belastbaar inkomen.
- Geleidelijke afbouw van het huwelijksquotiënt vanaf aanslagjaar 2027 tot aanslagjaar 2046;
- Principiële belastbaarheid als vervangingsinkomen van het leefloon:
- Het (equivalent) leefloon betaald of toegekend vanaf 01.01.2026 wordt voortaan in de aangifte in de personenbelasting opgenomen. Het wordt vrijgesteld door de introductie van belastingverminderingen. De belastbaarstelling van het leefloon heeft daarom in beginsel geen impact op de verschuldigde belasting. Het wordt voor de toepassing van de vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten als een aparte inkomenscategorie behandeld met een eigen vermindering. Door het leefloon mee als inkomen in de aangifte op te nemen wordt gegarandeerd dat er rekening wordt gehouden met alle inkomsten die een belastingplichtige ontvangt.
Een minimaal belastingkrediet voor kinderen ten laste wordt voorzien als overgangsmaatregel voor de aanslagjaren 2027 tot 2029.
- Het (equivalent) leefloon betaald of toegekend vanaf 01.01.2026 wordt voortaan in de aangifte in de personenbelasting opgenomen. Het wordt vrijgesteld door de introductie van belastingverminderingen. De belastbaarstelling van het leefloon heeft daarom in beginsel geen impact op de verschuldigde belasting. Het wordt voor de toepassing van de vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten als een aparte inkomenscategorie behandeld met een eigen vermindering. Door het leefloon mee als inkomen in de aangifte op te nemen wordt gegarandeerd dat er rekening wordt gehouden met alle inkomsten die een belastingplichtige ontvangt.
- Optrekken van het aantal vrijwillige overuren die belastingvrij kunnen gepresteerd worden:
- Vanaf 01.04.2026 kunnen op jaarbasis tot 360 vrijwillige overuren worden gepresteerd, waarvan er 240 vrijgesteld zijn van sociale bijdragen en belastingen;
- Vanaf 01.01.2026 wordt de tijdelijke regeling met 130 fiscaal voordelige overuren met overwerktoeslag ook permanent verhoogd naar 180 uren voor alle sectoren.
- Afzonderlijke heffing van 33 % voor gepensioneerden die willen bijverdienen (na een volledige loopbaan van 45 jaar of na de wettelijke pensioenleeftijd bereikt te hebben) vanaf 01.01.2027;
- Onweerlegbaar vermoeden van normaal beheer van het privévermogen voor verrichtingen die niet meer opbrengen dan 2000 EUR (geïndexeerd bedrag voor aanslagjaar 2027): geen belasting;
- Specifieke ondernemersaftrek voor zelfstandigen zonder vennootschap:
- De wet voert vanaf aanslagjaar 2028 een ondernemersaftrek in voor winst en baten ten bedrage van 10 % van die winst en baten, met een maximaal bedrag, na toepassing van de aftrek van beroepsverliezen. De presentiegelden vallen buiten het toepassingsgebied van de maatregel. Gemeenteraadsleden, provincieraadsleden en parlementsleden zullen dus geen aanspraak kunnen maken op de ondernemersaftrek.
- Afschaffing van de vermeerdering voor onvoldoende voorafbetalingen voor zelfstandigen natuurlijke personen vanaf 01.01.2026;
- Uitbreiding van het stelsel van de auteursrechten naar de IT-sector vanaf 01.01.2026;
- Optrekken van de minimale bedrijfsleiders bezoldiging naar 50000 EUR en beperking van de forfaitaire voordelen alle aard tot 20 % van het brutoloon vanaf aanslagjaar 2027;
- Bijzondere bijdrage sociale zekerheid:
- Vanaf inkomstenjaar 2028 wordt de bijzondere bijdrage niet langer per gezin berekend, maar individueel. Het maximumbedrag van de bijdrage wordt gehalveerd, zodat belastingplichtigen die momenteel als alleenstaande worden belast hun bijdrage zien dalen (alleenstaanden-proof maken van de bijdrage). Ook wordt de onderste inkomensgrens voor de toepassing van de bijzondere bijdrage verhoogd en het percentage dat van toepassing is op de eerste inkomensschijf verlaagd.
- Geleidelijke verhoging van fiscale werkbonus vanaf aanslagjaar 2027 en vervolgens 2029..
Het Wetboek van de inkomsten belastingen 1992 (WIB 1992) wordt gewijzigd.









